Toekomstvisie gedegradeerd tot soap

Na ruim 35 jaar lokale politieke journalistiek dacht ik alles wel eens gezien en meegemaakt te hebben. Niet dus. Wat zich momenteel in Scherpenzeel afspeelt, kent zijn gelijke niet. De belangrijkste beslissing die de gemeenteraad van dit dorp moet maken, namelijk zelfstandig voortbestaan of opgaan in een andere gemeente, is verworden tot een regelrechte soap. Werd tot voor kort nog de schijn van een democratische procesvoering opgehouden, sinds de collegecrisis van dinsdag weet ik beter. Scherpenzeel is het toneel geworden van een bloederige veldslag om het stuur in handen te krijgen.

Waren twee lijnrecht tegenover elkaar staande raadsvoorstellen over één en hetzelfde onderwerp al een politiek unicum; met de inmiddels ontstane collegecrisis lijkt er nog een tandje te worden bijgezet om in de aanloop naar de beslissende raadsvergadering van komende maandag zoveel mogelijk chaos en verwarring te stichten. Want met alle respect: een college dat het onderling niet eens is over de te varen koers kan niet zomaar een wethouder aan de kant zetten, omdat die een ander standpunt is toegedaan dan de rest. Een minderheidsstandpunt innemen in een college is geen bestuurlijke doodzonde; dat gebeurt met de regelmaat van de klok en heeft ook in Scherpenzeel in het verleden diverse keren plaatsgevonden zonder dat hier bloed uit vloeide. Waarom dit keer wel?

Kennelijk omdat de waarnemend burgemeester ineens concludeerde dat de ‘onoverbrugbare verschillen’ leidden tot een onwerkbare situatie. Met de nadruk op ‘ineens’, want deze verschillen van inzicht waren niet nieuw. Voor niemand. En niet sinds gisteren, vorige week of vorige maand.

Het ondersteunend argument dat wordt aangedragen waarom er juist nu (aan de vooravond van de beslissing) een punt van werd gemaakt, is dat Henny van Dijk-van Ommering portefeuillehouder van Financiën is en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de geldelijke onderbouwing van de toekomstvisie. Om die reden had zij zich volgens haar collegae niet mogen onttrekken aan de inhoudelijke discussie over de kritiekpunten die (de meerderheid van) het college had laten opstellen en doorrekenen om de financiële onderbouwing van het initiatiefvoorstel van haar partij GBS door de plee te trekken. Een doorrekening die overigens merkwaardig genoeg uitgevoerd moet zijn door dezelfde organisatie die ook de doorrekening van het initiatiefvoorstel heeft verzorgd. ‘Wiens brood men eet, diens woord men spreekt’, zou je bijna zeggen.

Op de conclusie van de burgemeester dat de GBS-wethouder vanwege het gebrek aan vertrouwen van haar twee collegae dan maar meteen op diende te stappen, is ook nog wel het nodige af te dingen.

Het moet de door de wol geverfde eerste burger Harry de Vries, kennelijk even zijn ontschoten dat de GBS-wethouder weliswaar portefeuillehouder Financiën is, maar de inhoud en uitvoering van deze portefeuille (net als alle andere portefeuilles) volgens de Gemeentewet valt onder de collegiale verantwoordelijkheid van het college. Een portefeuilleverdeling betreft niet een bij of krachtens de wet verleende bevoegdheid. Wat er na de conclusie van de burgemeester ten aanzien van een ‘onwerkbare situatie’ had moeten gebeuren, is dat het college als geheel zijn ontslag aan de raad had aangeboden. Dat is de mores van het openbaar bestuur. Het is buitengewoon ongebruikelijk in zo’n situatie om één collegelid (van nota bene de met afstand grootste partij binnen dit bestuur) te vertellen dat het maar moet opstappen, terwijl de beide anderen op hun handen blijven zitten. Ik vind het trouwens wel stoer dat de wethouder gewoon is blijven zitten. Dan toon je ballen in zo’n door mannen gedomineerd clubje.

Maar om bij de vreemde actie in het college te blijven: van een ervaren bestuurder als De Vries mag je meer verwachten. Ook in zijn rolneming als burgemeester, voor wie proberen verbindend te zijn en de zaak een beetje bij elkaar houden een belangrijk onderdeel is van zijn takenpakket. Hoe De Vries zich vervolgens, in zijn reactie naar de krant, buiten de ontstane situatie probeert te plaatsen alsof alleen de politiek gekozen ambtsdragers de hand hebben gehad in de gebeurtenissen, geeft mij een nare kriebel. Mij bekruipt dan het beeld van een pyromaan die eerst brand sticht en vervolgens voor de camera komt vertellen hoe verschrikkelijk treurig het toch allemaal is.

Het laatste wat Scherpenzeel nodig heeft aan de vooravond van zo’n belangrijke beslissing als die over de toekomstvisie, is dit soort onrust. Wie heeft daar baat bij? Mijn argwanende natuur zegt de provincie. Die stelde zich al eerder sturend op in dit proces met een brief waarin fijntjes werd aangekondigd dat men zich het recht voorbehield om eventueel zelf het initiatief voor een herindeling van Scherpenzeel te nemen. Chaos, verwarring, bestuurscrises; het speelt de provincie zo mooi in de kaart dat je bijna gaat denken dat het geënsceneerd wordt. Wordt er geschaakt op een hoog niveau om een vooropgezet doel te bereiken of zijn we gewoon terechtgekomen in een slechte soap? Wat mij betreft is er op dit Scherpenzeelse slagveld maar één levensgevaarlijk gewond slachtoffer te vinden: de democratie. Of die het gaat overleven moeten we nog afwachten.